Over borstvoeding, tepelkloven en kolfmachines

Oké, dit wordt een praatje over borstvoeding. Borstvoeding, tepelkoven en kolfmachines. Als je in verwachting bent dan klinkt het zo romantisch. Borstvoeding geven. Het is een vanzelfsprekendheid. Je brein is al geïndoctrineerd door de pro-borstvoedingsbrigade. Borstvoeding is het beste en gezondste wat er voor je baby is. Dat wil je je kindje natuurlijk niet onthouden. In gedachten zie je een prachtige baby sabbelen aan je mooie Pamela Anderson borsten. Een moment van rust en binding.  Moederschap is zijn ultieme vorm.

Natuurlijk bestaan er van die oermoeders waarbij de borstvoeding vanzelf gaat. Bij mij was dat helaas niet het geval. Pas na drie pogingen was het scheepsrecht. Ik zie mijzelf nog zitten na de geboorte van mijn eerste zoon: een totaal gefrustreerde moeder die de koolbladeren uit haar praktische voedingsbh verwijdert en verwoede pogingen doet haar hongerige baby aan haar mega grote tepels met kloven aan te leggen. Dat was alles behalve romantisch. Het was pijnlijk, vervelend en frustrerend. Bovenal was het ook verwarrend. Want doe je het eigenlijk wel goed? Komt er wel genoeg melk uit je borsten? Je houdt logboekjes bij in een poging de voedingen in kaart te brengen:

foto (6)

Deze lijstjes besprak je dan met de kraamzorg. Die ze braaf overnam in het kraamboekje. Je werd ook geacht de luiers te bewaren en te nummeren. Deze luiers werden dan bekeken en over de inhoud werd gesproken. Wat een administratie moest je er op na houden! Bij mijn oudste zoon was ik hier na 5 weken wel klaar mee en overgestapt op de fles. Zoals een goede moeder betaamd heb ik eerst nog een poging gedaan te kolven. Wat een gedoe is dat zeg: geef fles, leg kind neer, ga kolven, klaar met kolven, tijd voor volgende fles en ga zo maar door. Je bent alleen maar met melk bezig. Nee, de melkfabriek was definitief gesloten. Een verademing!

Tijdens zwangerschap twee nam ik mij voor om wederom te gaan borstvoeden. Dit maal heb ik het 8 weken volgehouden. Toen de kleine tien weken oud was moest ik weer full time aan de slag en had geen zin in het euvel ‘kolven op kantoor’. Weggestopt in de bezemkast met een borstpomp en een foto van je kind, lekkende tieten tijdens een vergadering, met flesjes melk over de gangen lopen naar de koelkast, collega’s die vragen of ze de moedermelk ook in de koffie kunnen doen. Nee, dat liet ik graag aan mij voorbij gaan.

Toen kwam baby drie. Ik stond er relaxed in. Lukt het wel dan lukt het wel en zo niet dan niet. Wonder boven wonder hadden mijn jongste zoon en ik een echte borstvoedingsklik. Vanaf dag 1 ging het ons samen goed af. Weg met de logboeken en administratie. We deden het op onze manier. Op aanvraag. Soms hing hij dagen aan de tiet en soms uren niet. Ik genoot van onze momenten samen. Het was intiem én romantisch én rustgevend. Het voelde als een moment voor ons samen (“nee ik kan nu geen boterhammen smeren want ik moet de borst geven” en “nee ik kan even geen blauwe dinosaurus zoeken want ik geef nu de borst”). Wat heb ik er van genoten! Ik kon er bijna geen afscheid van nemen. Na 8 maanden kwam de afscheidstiet. De laatste keer een slokje bij mama.

Ik ben mijn borsten (of wat daar van over is) dankbaar. Ze hebben zich nuttig gemaakt in het leven. Ze hebben mij mooie herinneringen gegeven. Ze zijn getekend door hun strijd melk te produceren en baby’s te voeden. Ze zien er plat gezegd gewoon niet meer uit. Maar het zijn mijn melkfabrieken. Definitief gesloten en aan renovatie toe.

Write a comment