Langs de lijn

Het was me weer wat langs de lijn vanmorgen. In meerdere opzichten. Op tijd komen was een dingetje. Om 6.00 uur vulde ik de broodtrommels en vol trots zaten de jongens en ik ruim op tijd in de auto. We hoefden ons niet te haasten. “Gaan jullie maar lekker ontbijten”, ik was de relaxtheid zelve. Als je zo vroeg vertrekt dan moet je wel op tijd komen!

TomTom aan: check. Volg de TomTom: check. Gebruik eigen hersens wanneer de weg afgesloten blijkt te zijn: iets minder ‘check’. Zeg maar gerust k*t met een hoofdletter. En we waren er al bijna! Het is over die brug maar die brug is dus afgesloten. Ik kan de velden zien liggen.

Omleiding: volg A. Oké we volgen A. En dan? Staan we ergens in een woonwijk en de vrouw in mijn TomTom zegt beleefd: draai om! Volg E misschien? Nee, dat werkt ook niet. Volg advies van kleuter niet zomaar op en zet je hersens aan. Dat is een betere optie. Stop aan de kant en denk na. Wakker worden.

Ik word gevolgd. Een vader van de voetbal kan het ook niet vinden en parkeert achter mij. “Volg mij maar!” zeg ik stoer. Waarom zeg ik dat? Ik weet de weg niet! De oudste wordt zenuwachtig: “komen we nog op tijd mam?” De kleuter raakt in paniek: “zijn we verdwaald mam?” De peuter geeft een advies: “draai om, draai om!” De klok tikt verder: inmiddels een kwartier te laat.

De irritatie begint op te lopen. Ik moet mijzelf inhouden om er niet wat scheldwoorden uit te gooien. Waar moeten we in hemelsnaam heen? Daar loopt een man met hond: “meneer ik zoek de voetbal”. “Spelen ze zo vroeg tegenwoordig?” “Ja meneer, en ik ben al te laat!” Volgens meneer met hond moet ik de snelweg oversteken.

Ik scheur over de snelweg. De appjes komen binnen:”kunnen jullie het vinden?” Uhhh, NEE! We kunnen het niet vinden, anders waren we er wel. Maar appen en rijden tegelijk is ook niet zo slim. De kinderen worden ongeduldig: “mamaaaaa, zijn we er al?” Uhhh, wederom NEE! “Zijn we er bijna dan?” Geen idee want ik rijd maar wat…

Stoplicht. “Keer om” zegt het wijf in de TomTom. “Houd je smoel mens!” “Jij zegt ook maar wat.” “Draai zelf om.” UIT! Zet dat ding uit! We zijn een half uur te laat. De wedstrijd begint over 10 minuten. “Denk even logisch na….” zeg ik hardop tegen mijzelf. Die kant op!

10 minuten voor de aftrap komen we aan racen. Mijn zoon springt uit de auto en rent het veld op. De kleintjes en ik gaan eerst eens uitgebreid plassen en nemen dan plaats op de bank bij de supporters van de tegenpartij. De jongens spelen goed. Dit leidt tot irritatie bij de moeders naast mij. Ze zien er “beschaafd” uit maar wat uit hun mond komt is andere koek.

De scheidsrechter wordt uitgemaakt voor sukkel en lul. De kinderen spelen kut en ze moeten godverdomme gewoon terug duwen. Alle woorden die ik net vermeden heb, die op het puntje van m’n tong lagen maar ik heb ingeslikt -omdat ik mijn leven wil beteren aangezien ik best vaak een scheldwoord laat vallen- worden er binnen de eerste drie minuten van de wedstrijd al uit geknald.

Ik verbaas me over de voetbal moeders langs de lijn. Ze hebben het over “het uitpraten van conflicten op school” en “de problemen in de klas als volwassenen oplossen”. Ondertussen roepen ze hun jongens toe dat ze agressiever moeten spelen en terug moeten duwen. Met twee handen! De scheidsrechter is blind. De coach doet z’n werk niet goed. De wedstrijd is kut. Mijn jongens pikken de scheldwoorden alsnog op.

“Wat is erger: shit of kut?” Terwijl ik antwoord geeft vliegt er een bal rakelings langs m’n hoofd: “Jezus Christus ik schrik me de tering!” … “Of tering mam?”  “Is dat erger?” Het is allemaal niet zo netjes. Maar blijkbaar schelden alle moeders wel eens. We winnen met 2-1. Relaxed en tevreden rijden we terug naar huis. Zonder TomTom.

Write a comment