Een leven zonder Facebook

Ja. Dat klinkt dramatisch: ‘Een leven zonder Facebook’. Alsof ik het heb over een leven zonder nieren of een leven zonder schoon drinkwater, familie of benen. Het is maar Facebook. Wat mis je daar nu aan? Nu, ik kan je mededelen: niet veel!

Ik heb mijn eerste werkweek zonder gezichtsboek er op zitten! Dat is snel voorbij gegaan. Ontwenningsverschijnselen? Volmondig: nee! Het is mij wel een aantal keer gebeurd dat mijn vinger zoekende was. Hij scrolde over de telefoon van blad naar blad op zoek naar die ene ontbrekende app. Die app die hij normaliter zo vaak aan tikte. Maar die app is er niet meer.

Wat je niet hebt, mis je niet. Wat je niet ziet, mis je niet. Wat je niet weet, mis je niet.

Struisvogelpolitiek. Werkt fantastisch.

Toen ik maandag op kantoor vol trots verteld had dat ik voortaan -oké, een maand- Facebookloos door het leven zou gaan keken mijn collega’s mij verbaasd aan. In sommige blikken kon ik bespeuren dat ze er niet veel vertrouwen in hadden: ‘Je was de actiefste Facebooker op mijn timeline!’. Toen ik later die dag mijn deur sloot om een telefoontje te plegen kreeg ik een whatsappje: ‘Je zit toch niet te Facebooken hé, hou vol!’ Ook lag er ’s ochtends een printje op mijn bureau: 10 manieren om je kind te vragen hoe het op school was. ‘Printje van FB’ stond er handgeschreven boven.

Maar zonder gekheid: heb ik Facebook gemist? De grap is, nee, ik heb het niet gemist. Als je niet ziet hoe de eerste schooldag van Pietje was en de lunch van Klaasje en de nieuwe pumps van Jantje (of Jantien), dan mis je dat dus ook niet.

Het is bij mij toch altijd een beetje álles of niks: áls ik ergens voor ga, dan doe ik het goed. Of mijn kledingkast is tip-top netjes: alles op kleur gesorteerd en in categorieën ingedeeld. Of het is een tering zooi: alles is gekreukeld,  in een la gepropt en ik kan niks terug vinden. Maar als ik het zat ben, dan is het ook klaar. Zo dus ook Feestboek. Voorlopig dan. Een maand. Mijn uiteindelijke doel is niet om van Facebook af te gaan. Ik wil er alleen normaal mee om kunnen gaan. Gewoon af en toe eens een kijkje nemen en dan weer een tijdje niet.

Mijn nieuwe ‘telefoon regels’ werken ook prima. Als ik thuis kom leg ik mijn telefoon in de kast. Ik draai het slot dicht en stop de sleutel in de vriezer. Nee. Ik doe de deur gewoon dicht en pak de telefoon er pas weer uit als de kinderen slapen. Zo hoop ik dat ze hun moeder wat gaan loskoppelen van de telefoon. Dat ze niet denken dat ik een boggel heb omdat mijn hoofd maar constant naar beneden hangt. Dat ze zien dat ik er ook voor hen ben en ze échte aandacht geef. Dat ik hen belangrijker vind dan mijn appel kastje.

Dus. Nu zit ik op de bank en staar ik voor mij uit. Hele aparte ervaring. Soms grijp ik naar iets wat er niet meer is. Dat was dus mijn telefoon. Ik lees een boek. Fijn. Ik kijk tekenfilmpjes mee: Gumbal is inderdaad super grappig! En ik lees voor zonder onderbroken te worden door irritante berichtjes. Slapen ze? Dan ga ik los. Ik pak mijn telefoon uit de kast én ….. ja, wat dan eigenlijk….ik heb niet zo veel meer te checken. Dus ik leg hem weer weg.

Vandaag was ik zelfs mijn telefoon vergeten! Een mijlpaal! Ik ben enorm trots op mijzelf. Dat was twee weken geleden nóóit gebeurd. Toen was mijn telefoon het eerste wat ik beet had in de ochtend. Ik stopte hem direct in de zak van mijn badjes, daarna legde ik hem op het plakje in de badkamer om hem vervolgens weer in mijn broekzak te stoppen en daarna in mijn tas zodat ik hem zéker niet zou vergeten. Voordat ik de deur uit ging: zes keer dubbel check, heb ik hem bij mij? Mijn grote vriend? Mijn metgezel? Mijn irritante stalker die zoveel aandacht van mij eist en mij nooit met rust laat. Nee! Die laat ik dus af en toe ook gewoon eens thuis. Als ik hem vergeet. Dat behoort tegenwoordig tot de mogelijkheden.

 

 

Write a comment